afgelopen / voorbij / verleden / vorig

In tijdsbepalingen als (de) afgelopen week, in de afgelopen week, de voorbije week, verleden week en vorige week hebben de woorden afgelopen, voorbij, verleden en vorig niet altijd dezelfde functie.

Afgelopen en voorbij kunnen aan het einde van een periode gebruikt worden om naar de lopende periode te verwijzen. Wie bijvoorbeeld op vrijdag spreekt over afgelopen week of de voorbije week, bedoelt daarmee maandag tot vrijdag van de bijna verstreken week. Afgelopen en voorbij kunnen ook aan het begin van een periode gebruikt worden om te verwijzen naar de periode die aan de lopende periode voorafgaat. Wie bijvoorbeeld op maandag spreekt over afgelopen week of de voorbije week, bedoelt daarmee de week die liep tot en met zondag laatstleden. Als afgelopen gecombineerd wordt met de naam van een dag van de week, kan dat ook alleen maar betekenen dat de betreffende dag al afgesloten is, bijvoorbeeld afgelopen zaterdag.

Verleden en vorig hebben altijd betrekking hebben op de periode die aan de lopende periode voorafgaat. Wie over vorige week of verleden week spreekt, spreekt dus over de week die liep tot en met zondag laatstleden. In de standaardtaal in Belgiƫ wordt vorig ook dikwijls gecombineerd met de naam van een dag van de week, bijvoorbeeld vorige zaterdag, met dezelfde betekenis als afgelopen zaterdag.

Taaladvies.net
Afgelopen / verleden / vorige week

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons