als hij / als hem

In de meeste gevallen is het aan te bevelen om na een stellende trap van vergelijking (zoals even blij, (net) zo belangrijk) + als de vorm hij te gebruiken, omdat de zin een onderwerpsvorm vereist. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Ik ben even blij als hij (blij is), en niet Ik ben even blij als hem* (blij is). Hetzelfde geldt voor hetzelfde of dezelfde + als.

  • Ik ben even blij als hij.
  • Stijn is net zo belangrijk als hij.
  • Andrea verdient drie keer zoveel als hij.
  • Zij wil hetzelfde als hij.

In sommige gevallen is zowel hij als hem mogelijk na een stellende trap of na hetzelfde/dezelfde, maar dan is er een betekenisverschil. Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is hij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is hem correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken (zoals vinden, appreciëren, achten), bij waarnemingswerkwoorden (zoals horen, zien) en in zinnen met een meewerkend voorwerp.

  • Jij vindt haar even schattig als hij. (= even schattig als hij haar schattig vindt)
  • Je vindt haar even schattig als hem. (= even schattig als je hem schattig vindt)
  • Ik zie jou even vaak als hij. (= even vaak als hij jou ziet)
  • Ik zie jou even vaak als hem. (= even vaak als ik hem zie)
  • Ik gaf jou hetzelfde cadeau als hij. (= hetzelfde als hij aan jou gaf)
  • Ik gaf jou hetzelfde cadeau als hem. (= hetzelfde als ik aan hem gaf)

Ook na als in de betekenis van zoals is het aan te bevelen om hij te gebruiken, omdat de zin een onderwerpsvorm vereist. U kunt die vorm vinden door in constructies van het type doen als de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. In constructies van het type iemand als kunt u de vergelijking parafraseren met het koppelwerkwoord zijn. Constructies als Zij wil een acteur als hem komen in de praktijk geregeld voor, maar zijn niet algemeen aanvaard.

  • Doe toch niet als hij! (= zoals hij doet)
  • Zij wil een acteur als hij. (= een acteur zoals hij er een is)
  • Ze zouden het aan iemand als hij moeten tonen. (= iemand zoals hij is)
  • Ik ben op zoek naar iemand als hij. (= iemand zoals hij is)

Taaladvies.net
Groter dan mij / ik
Zoals hem / hij

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons