bij zich / bij hem / bij haar / bij hen

Als het voorzetsel bij samen met het wederkerend voornaamwoord zich een vaste combinatie vormt met het werkwoord, kan zich niet vervangen worden door de persoonlijke voornaamwoorden hem, haar of hen.

  • Ze heeft nooit geld bij zich.

Om te achterhalen of het zinsdeel met zich een vaste combinatie vormt met een werkwoord, kunt u zich proberen te vervangen door een zelfstandig naamwoord. Als dat niet mogelijk is, is er sprake van een vaste combinatie. Bij zich hebben is bijvoorbeeld een vaste combinatie, want je kunt niet zeggen Hij heeft nooit geld bij zijn broer.

Als het zinsdeel met zich geen vaste combinatie vormt met het werkwoord, kunnen het wederkerend voornaamwoord zich en de persoonlijke voornaamwoorden hem, haar en hen vaak allebei gebruikt worden om naar het onderwerp te verwijzen. Het persoonlijk voornaamwoord hem, haar of hen kan wel dubbelzinnig zijn omdat dat niet alleen naar het onderwerp, maar ook naar iets of iemand anders kan verwijzen.

  • Hij liet de kinderen bij zich / hem komen.

Bij zich vormt geen vaste combinatie met het werkwoord komen, want je kunt zeggen Hij liet de kinderen bij zijn broer komen.

Taaladvies.net
Wederkerend of persoonlijk voornaamwoord

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons