bovenop / boven op

Als boven op gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord, schrijven we de combinatie in twee woorden. Op is dan een voorzetsel en boven een bijwoord bij dat voorzetsel.

  • De vaas staat boven op de kast.
  • Het rapport ligt boven op de kartonnen dozen.

Als na bovenop geen zelfstandig naamwoord of persoonlijk voornaamwoord volgt, schrijven we de combinatie in één woord. Bovenop is dan een bijwoord van plaats.

  • De vaas staat bovenop.
  • Het rapport ligt bovenop.


aaneenschrijven - combinaties met voorzetsels en bijwoorden

Taaladvies.net
Vlakbij / vlak bij de school

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons