dat / of

De voegwoorden dat en of leiden allebei een bijzin in. Er is daarbij een verschil in betekenis: de inhoud van een dat-zin wordt als zeker voorgesteld, de inhoud van een of-zin als onzeker.

  • Hij zei dat ze blij was. (zeker)
  • Hij vroeg of ze blij was. (onzeker)

Sommige werkwoorden of werkwoordelijke uitdrukkingen kunnen zowel met dat als met of gecombineerd worden. Ook dan geldt het verschil in betekenis.

  • Ik wist niet dat hij thuis was. (= Hij was thuis, maar ik wist het niet.)
  • Ik wist niet of hij thuis was. (= Was hij thuis of niet? Ik wist het niet.)
  • Het maakt me niet uit dat je arm bent. (= Je bent arm, maar dat maakt me niet uit.)
  • Het maakt me niet uit of je arm of rijk bent. (= Ben je arm of rijk? Het maakt mij niet uit.)

Bij nevenschikking met of van twee bijzinnen die normaal gezien door of worden ingeleid, wordt van de tweede of-zin doorgaans een dat-zin gemaakt, om de opeenvolging van twee keer of te vermijden.

  • Ik wist niet of hij thuis was of dat hij naar zijn werk was. (= Was hij thuis of naar het werk? Ik wist het niet.)

Taaladvies.net
Dat / of (Hij wist niet - het water diep was)
Dat / of / als (Het maakt niets uit - het regent)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons