douchen (vervoegen)

De stam van douchen is douch. Daaraan voegen we het voorvoegsel ge- en de uitgangen toe.

Vervoeging:

  • ik douch, jij doucht, wij douchen
  • ik douchte, wij douchten
  • ik heb gedoucht
  • de gedouchte man


werkwoordspelling - stam en tegenwoordige tijd

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons