glijden (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik glij / ik glijd, jij glijdt, hij glijdt, wij glijden
    bij inversie: glij ik / glijd ik, glijdt je broer, glijdt hij
    bij inversie met je/jij als onderwerp: daar glij je / glijd je naar beneden, glij jij / glijd jij soms uit
  • gebiedende wijs: glij / glijd voorzichtig naar beneden!
  • ik gleed, jij gleed, hij gleed, wij gleden
  • ik ben gegleden

Waar twee vormen mogelijk zijn, is zowel in gesproken als in geschreven taal de vorm zonder d het gewoonst.

Taaladvies.net
Hou(d) op, ik hou(d) daar niet van

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons