hun gezicht / hun gezichten

Als we verwijzen naar iets waarvan elk individu van een groep er maar één heeft (een gezicht, een mond, een bord enzovoort) kiezen we in zinnen als De passagiers sloegen hun handen voor hun gezicht / gezichten meestal voor de enkelvoudsvorm. Het meervoud is in dat soort zinnen niet fout, maar het is veel minder gewoon omdat het onbedoeld de gedachte aan meerdere exemplaren oproept.

  • De passagiers sloegen hun handen voor hun gezicht.
  • Jullie zaten met jullie mond vol tanden.
  • De kinderen aten hun bord leeg.
  • De kinderen trokken hun jas aan.
  • Het water kwam tot onze buik.
  • Ze hielden hun hoofd schuin.
  • Beide gemeenten moeten hun sporthal renoveren. (als het bij elke gemeente om één sporthal gaat)

Taaladvies.net
De kinderen trokken hun jassen / jas aan

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons