ikzelf / ik zelf, mezelf / me zelf, mijzelf / mij zelf

Alle vormen zijn correct, maar er is een verschil in gebruik. Zelf wordt aan het persoonlijk voornaamwoord ik vast geschreven als het een versterkende functie heeft.

  • Ikzelf heb daar geen last van.
  • Iedereen zag dat ik overwerkt was, maar ikzelf had het niet door.
  • Ik heb een elektricien gebeld omdat ikzelf die lamp niet kan herstellen.

Zelf kan ook deel uitmaken van het wederkerend voornaamwoord mezelf of mijzelf. Het wordt dan als één woord geschreven.

  • Ik trakteer mezelf / mijzelf op een heerlijke cappuccino.
  • Ik probeer mezelf / mijzelf te motiveren om meer te gaan sporten.
  • Ik wil ook eens iets voor mezelf / mijzelf doen.

Zelf kan een apart woord zijn dat volgt op het voornaamwoord ik, me of mij. De twee woorden krijgen dan een aparte klemtoon. Er kan een korte pauze vóór zelf komen. Zelf heeft de betekenis 'persoonlijk, op eigen houtje, eigenhandig'.

  • Wat ik zelf doe, doe ik beter.
  • Omdat ik weinig steun krijg, spreek ik me zelf maar wat moed in.
  • Laat het maar aan mij zelf over om dat feest te organiseren.

Taaladvies.net
Je zelf / jezelf

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons