taxiën (vervoeging)

Vervoeging:

  • ik taxi, jij taxiet, wij taxiën
    bij inversie: dan taxi ik, dan taxiet je broer, dan taxiet hij
    bij inversie met jij/je als onderwerp: dan taxi jij, dan taxi je
  • ik taxiede, wij taxieden
  • ik heb getaxied
  • taxiënd

In de vormen taxi, taxiën en taxiënd wordt taxi gespeld zoals in de taal van herkomst. Vóór de werkwoordsuitgangen -t, -de(n) en -d wordt de i aan het einde van de stam verlengd: jij taxiet, ik taxiede, wij taxieden, ik heb getaxied. Een vergelijkbaar werkwoord is skiën.

werkwoordspelling - stam en tegenwoordige tijd

Taaladvies.net
Skiën (vervoeging)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons