vouwen: gevouwen / gevouwd*

Het voltooid deelwoord van het werkwoord vouwen is gevouwen.

Vervoeging:

  • ik vouw, jij vouwt, wij vouwen
  • ik vouwde, wij vouwden
  • ik heb gevouwen
  • de gevouwen brief

Taaladvies.net
Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons