weleens / wel eens

Weleens en wel eens zijn allebei correct in de betekenissen 'soms', 'ooit, wel een keer', 'heel graag'.

  • Een kleine vonk ontsteekt weleens een grote brand.
  • Een kleine vonk ontsteekt wel eens een grote brand.
     
  • Iedereen heeft weleens wat gestolen.
  • Iedereen heeft wel eens wat gestolen.
     
  • Daar wil ik ook weleens op vakantie gaan!
  • Daar wil ik ook wel eens op vakantie gaan!

Als wel met extra klemtoon wordt uitgesproken, schrijven we wel eens los. Er wordt dan met wel een tegenstelling uitgedrukt. De spelling wél eens is dan ook mogelijk.

  • Hij zegt van niet, maar ik ben wel eens bij hem op bezoek geweest.

Taaladvies.net
Weleens / wel eens

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons