woordgebruik - veelgemaakte fouten

Vermijd in verzorgde spreek- en schrijftaal woorden en woordcombinaties die geen standaardtaal zijn.

In de linkerkolom van de lijst hieronder staan woorden en woordcombinaties die geen standaardtaal zijn. Niet al die woorden hebben dezelfde achtergrond. Sommige komen in België vooral in spreektalige contexten voor, bijvoorbeeld alcoholieker, camionette, valling, vitesse. Andere woorden komen in België vooral in schrijftalige contexten voor, bijvoorbeeld desgevallend, in voege, gebeurlijk. In de rechterkolom staan de varianten die standaardtaal zijn. In verzorgde spreek- en schrijftaal kunt u het best die varianten gebruiken.

niet

maar wel

afkomen (kom maar af; waar kom je nu mee af?)

langskomen, op bezoek komen; komen aanzetten met iets

aflassen

afgelasten

aftrekker

trekker, vloertrekker; flesopener, kurkentrekker

akkoord zijn met iets

akkoord gaan met iets, het eens zijn met iets

Wel correct is: ik ben akkoord (zonder met).

alcoholieker, elektrieker, mecanieker, politieker, technieker

alcoholicus, elektricien, mecanicien, politicus, technicus

ambetant

lastig, vervelend, hinderlijk; prikkelbaar

ambras

ruzie, drukte, ophef

autostrade

autosnelweg, snelweg, autoweg

beenhouwer

slager

beginnen + infinitief zonder te: beginnen/begonnen bellen, beginnen/begonnen werken

beginnen/begonnen te bellen, beginnen/begonnen te werken

begoed

gegoed

bijhebben (ik heb een boek bij)

bij zich hebben (ik heb een boek bij me)

camion

vrachtwagen

camionette

bestelwagen, bestelauto, bestelbus(je)

chauffage

centrale verwarming

desgevallend

eventueel, zo nodig

deze morgen, deze ochtend, deze middag, deze avond, deze nacht

vanmorgen, vanochtend, vanmiddag, vanavond, vannacht

De vormen met deze zijn wel mogelijk als deze met klemtoon wordt uitgesproken. Deze betekent dan 'deze en geen andere'.

eens, eens dat (het eten klaar is)

zodra, als (het eten klaar is)

efkes

even, eventjes, effen

ergens aan kunnen

ergens bij kunnen

faling

faillissement

frigo, frigobox

koelkast, ijskast, koelbox

gaan gaan (we gaan van start gaan, het gaat gaan regenen)

gaan, zullen gaan (we gaan van start, het gaat regenen)

gans (de ganse dag)

heel (de hele dag)

gebeurlijk (gebeurlijke ongevallen)

eventueel, mogelijk

gebuur

buurman, buurvrouw, buur

gelijk wie (welke, wanneer, hoe …)

om het even wie, eender wie, wie dan ook

gerust laten

met rust laten

gewonnen zijn (ik ben gewonnen)

gewonnen hebben (ik heb gewonnen)

Wel correct is: ik ben voor dat voorstel gewonnen.

goed om weten, fraai om zien

goed om te weten, fraai om te zien

goesting

lust, trek, zin; smaak

hoofding

(brief)hoofd, opschrift, titel

inkom, inkomhal

hal, ingang

inkom (inkom betalen, inkom gratis)

toegangsprijs, entree (toegangsprijs betalen, toegang gratis)

in voege

van kracht, van toepassing, in werking

(kinder)kribbe

crèche, kinderdagverblijf

kleed (kledingstuk)

jurk

kozijn (persoon)

neef

kou hebben, krijgen (ik heb kou)

het koud hebben, krijgen (ik heb het koud)

kuisen, afkuisen, opkuisen

reinigen, schoonmaken, afvegen, opvegen

kuisvrouw

schoonmaakster, werkster, poetsvrouw

langsheen (de weg)

langs (de weg)

lavabo

wastafel, wasbak

mazout

stookolie

metser, metsen

metselaar, metselen

mogelijks

mogelijk, misschien

mutualiteit

ziekenfonds

nonkel

oom

om hoe laat, om welk uur (vertrekken we?)

hoe laat (vertrekken we?)

op het eerste zicht

op het eerste gezicht

op punt stellen, op punt staan

regelen, in orde brengen, nader uitwerken, afwerken, preciseren

plezant

plezierig, vrolijk, leuk

proberen + infinitief zonder te: proberen bellen, proberen vinden

proberen te bellen, proberen te vinden

quasi (quasi gratis, quasi volledig)

bijna, nagenoeg, zo goed als

schabouwelijk

vreselijk; jammerlijk

seffens

straks, meteen, (zo) dadelijk

stoefen

opscheppen, bluffen

syndicaat

vakbond, vakvereniging

tas (koffie)

kop (koffie)

tirette

rits, ritssluiting

toekomen (ergens toekomen)

aankomen, arriveren

tot hier toe (als tijdsbepaling)

tot nu toe, tot nog toe

twee maand en (een) half, drie liter en (een) half

twee en een halve maand, drie en een halve liter

foto's trekken

foto's nemen, foto's maken

valling

verkoudheid

vanachter (zitten, staan)

achteraan, aan de achterkant

Wel correct is: vanachter zijn bureau (voorzetsel).

vanvoor

vooraan, aan de voorkant

van zodra

zodra

verdiep

verdieping

verschieten (ik verschiet)

schrikken (ik schrik)

vitesse

versnelling

vuilbak

vuilnisbak

want te krap, want te druk, want ziek

want het is te krap, want ze heeft het te druk, want ik ben ziek

weeral

alweer

wegens te agressief, wegens te druk, wegens ziek

wegens zijn agressiviteit, wegens de te grote drukte, omdat hij ziek is

zich aan iets verwachten

iets verwachten

zich zetten (zet u, ik zet me hier)

gaan zitten (ga zitten, ik ga hier zitten)


woordgebruik - verwarrende verwanten
woordgebruik - contaminaties
woordgebruik - tautologieën

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons