zijn (vervoegen)

Vervoeging van het werkwoord zijn:

  • ik ben, jij/u bent, hij is, wij zijn
    bij inversie: ben ik, ben jij, bent u, is hij, wie is je broer
  • gebiedende wijs: wees er vlug bij
  • ik was, jij/u was, hij was, wij waren
  • ik ben geweest

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons